DLegal. Leading Real Estate Law Firm Belgium. Knokke

DLegal delivers local and international services, in Real Estate Law.

We know the theory and the legal challenges.
We help our clients to live the practice!
DLegal.be
A law firm with a goal!

Catherine Doukhopelnikoff. Real Estate Attorney.

Catherine Doukhopelnikoff has not only specialised legal knowledge and experience, but also she knows the practical side of Real Estate Law and everything connected to it.

She executed the temporary management of Engels & Völkers KNOKKE.
She knows real estate franchising systems in dept.

Of course also the challenges real estate organizations and agencies are facing.

In this way she has have a clear view on the combination of legal and practical aspects of your business.

Therefor she can add value to your real estate organisation.

By AdvoPartner

Advertenties

Problemen met uw rechtsbijstandsverzekering? Rechtsbijstand weigert dekking tussenkomst?

Heeft u problemen met uw rechtsbijstand?
Hier zijn de stappen die u kan nemen:
1. Klacht of melding bij de klachtendienst van de maatschappij zelf.
Elke klacht gericht aan de onderneming verdient een snel antwoord. Bij schriftelijke klachten gelden volgende termijnen:
de verzekeringsonderneming verstuurt binnen de 3 werkdagen een ontvangstmelding met een korte uitleg over het verdere verloop van de procedure; tenzij een antwoord ten gronde wordt gegeven binnen de week;
de verzekeringsonderneming streeft ernaar om binnen de 2 weken een antwoord op de klacht te versturen;
de verzekeringsonderneming waarborgt u een definitief antwoord binnen de maand;
indien dit niet mogelijk is, dient de niet-naleving van deze termijn gemotiveerd te worden, met een indicatie van de termijn waarbinnen een definitief antwoord mag verwacht worden.

2. Ombudsman verzekeringen:
Wanneer u aangeeft dat u het oneens is met het definitieve antwoord van een onderneming op uw klacht, meldt de verzekeraar dat u contact kan opnemen met de Ombudsman van de verzekeringen.
***
Ombudsman van de verzekeringen
De Ombudsman en haar team onderzoeken verzekeringsgeschillen tussen de consument en de verzekeraar of de tussenpersoon in verzekeringen.
Daarnaast treedt de Ombudsman ook op, als beroepsinstantie, voor klachten tegen de registratie in het “Speciale risico”-bestand van Datassur.
Josette Van Elderen
de Meeûssquare 35
1000 Brussel
Tel.: 02 547 58 71
Fax: 02 547 59 75
Openingsuren: geen bezoekuren
E-mail: info@ombudsman.as
Online klacht:
http://www.ombudsman.as/nl/complaint/form.asp

***
3. De Gemengde Commissie rechtsbijstandverzekering
In de schoot van de Ordes van advocaten, zowel de Vlaamse O.V.B. (Orde van Vlaamse balies) als de Franstalige O.B.F.G. (Ordre du barreau francophone et germanophone) werd hiervoor de Gemengde Commissie Rechtsbijstandsverzekering (G.C.R.) opgericht en werd een protocol ondertekend door de Ordes en de rechtbijstandsverzekeraars. Als er een geschil ontstaat tussen de advocaat en de rechtsbijstandsverzekeraar met betrekking tot o.m. de erelonen, kan zowel de advocaat als de verzekeraar dit geschil voor advies aan de G.C.R. voorleggen.
Link voor advocaten om verzoekschrift neer te leggen bij de G.C.R.: http://www.ordeexpress.be/artikel/59/530/gemengde-commissie-rechtsbijstand-gcr-modellen-verzoekschriften

U kan steeds contact met ons opnemen via dit formulier.

Europa, de volgende contractvoorwaarden zijn onredelijke voor de consument

Op grond van de EU-wetgeving moeten de contracten die u met consumenten afsluit, bestaan uit redelijke en transparante bepalingen.

Over welke contractvoorwaarden gaat het?
De onderstaande informatie heeft uitsluitend betrekking op contracten met consumenten die buiten hun beroepssfeer aankopen doen. Zij geldt niet als u producten verkoopt aan andere bedrijven.

De EU-wetgeving geldt voor alle contracten waarover niet afzonderlijk met de consument onderhandeld is, zoals vooraf opgestelde, gebruikelijke standaardvoorwaarden. Zowel het onderwerp van het contract als de prijs-kwaliteitsverhouding zijn uitdrukkelijk uitgesloten.

Wenst u zich te beroepen op het feit dat er afzonderlijk is onderhandeld over het contract, dan moet u dit aantonen.

Contracten moeten redelijk zijn
De algemene contractvoorwaarden die uw bedrijf gebruikt, ongeacht of het om “algemene voorwaarden” gaat of om clausules in een gedetailleerd contract, moeten redelijk zijn.

Volgens de EU-wetgeving is het niet toegestaan dat algemene voorwaarden:

ingaan tegen de eis van goede trouw
consumenten benadelen (wat betreft rechten en plichten) ten opzichte van verkopers/leveranciers
U moet te goeder trouw handelen en daarbij rekening houden met de wettelijke belangen van de consument, door op redelijke en eerlijke wijze te onderhandelen.

Onredelijke contractvoorwaarden zijn niet bindend
Als specifieke voorwaarden in een contract onredelijk zijn, zijn zij niet bindend voor de consument, ook al heeft deze het contract ondertekend!

Als een onredelijke voorwaarde geen essentieel onderdeel uitmaakt van het contract, blijft de rest van het contract wel geldig.

Contracten moeten transparant zijn
De voorwaarden moeten in duidelijke, begrijpelijke taal zijn opgesteld. Zij moeten niet alleen enkel grammaticaal duidelijk zijn, de consument moet ook kunnen begrijpen wat de economische gevolgen zijn.

Elke dubbelzinnigheid wordt in het voordeel van de consument uitgelegd!

Voorbeelden van mogelijk onredelijke voorwaarden
Naast de algemene eis van “goede trouw” en “evenwicht” bevatten de EU-regels een lijst van specifieke contractvoorwaarden die als onredelijk beschouwd kunnen worden,

Voorbeelden:

1. Geen aansprakelijkheid als een consument gewond raakt of overlijdt

Voorwaarden waardoor u niet of verminderd aansprakelijk bent als een consument gewond raakt of overlijdt ten gevolge van een handeling of nalatigheid van uw kant.

2. Geen vergoeding wanneer u niet levert

Voorwaarden waardoor de consument onterecht minder of geen recht op schadevergoeding heeft als u uw kant van het contract niet uitvoert.

3. Ontsnappingsclausule in uw voordeel

Voorwaarden waardoor u onder het leveren van een dienst uit kunt komen enkel omdat u het u niet uitkomt, maar die wel bindend zijn voor de consument.

4. Eenzijdige vergoeding bij opzegging

Voorwaarden waardoor u een aanbetaling mag houden als de consument het contract opzegt, zonder een vergelijkbare vergoeding voor de consument als u (de verkoper) het contract opzegt.

5. Overdreven vergoeding

Voorwaarden waardoor de consument een onredelijk hoge vergoeding moet betalen als hij niet aan een verplichting voldoet.

6. Eenzijdig opzeggen

Voorwaarden waardoor een verkoper een contract eenzijdig mag opzeggen, maar de consument niet.

7. Te korte opzegtermijn

Voorwaarden waardoor u een contract voor onbepaalde duur met een korte opzegtermijn kan opzeggen, behalve wanneer dat ontegenzeggelijk gerechtvaardigd is.

8. Automatische verlenging van contracten van bepaalde duur

Voorwaarden waardoor de consument onredelijk vroeg moet aangeven dat hij het contract wil beëindigen.

9. Verborgen voorwaarden

Voorwaarden waar consumenten aan vastzitten, hoewel het onwaarschijnlijk is dat zij er van tevoren van op de hoogte waren.

10. Eenzijdige verandering van het contract

Voorwaarden waardoor u het contract eenzijdig kan veranderen, tenzij het contract een geldige reden geeft om dat wel te doen.

11. Eenzijdige verandering van het product of de dienst

Voorwaarden waardoor u het product of de dienst eenzijdig en zonder geldige reden mag veranderen.

12. Prijsverschillen

Voorwaarden waardoor de handelaar de uiteindelijke prijs kan vaststellen of verhogen zonder de consument de kans te geven van de aankoop af te zien als de prijs hoger uitvalt dan van tevoren was overeengekomen.

13. Eenzijdige interpretatie van het contract

Voorwaarden waardoor alleen u het recht heeft een clausule te interpreteren en te beslissen of een product of dienst aan de contractvoorwaarden voldoet.

14. Uw beloftes niet nakomen

Voorwaarden waarmee u onder beloftes van uw personeel uit probeert te komen of waardoor dergelijke beloftes aan andere voorwaarden gebonden zijn.

15. Eenzijdig verplichtingen nakomen

Voorwaarden waardoor consumenten aan hun verplichtingen moeten voldoen terwijl u dat niet hoeft.

16. Overdracht van contracten naar andere leveranciers onder minder gunstige voorwaarden

Voorwaarden waardoor u zonder toestemming van de consument het contract kunt overdragen aan een andere leverancier die minder goede voorwaarden hanteert.

17. Beperkt recht op juridische stappen

Voorwaarden waardoor de consument niet meer vrij kan kiezen hoe en waar hij juridische stappen onderneemt of waardoor de bewijslast in zijn nadeel wordt omgekeerd.

 

Bron, Website:

http://europa.eu/youreurope/business/sell-abroad/contract/index_nl.htm

Lichamelijke en psychische schade. Klassieke opdracht aan de gerechtsdeskundige

Een opdracht aan de deskundige in besluiten is opgebouwd volgend een vast stramien.
De volgende leidraad kan worden gevolgd aan te passen aan de specifieke omstandigheden van elke zaak.

“Opdracht te geven aan de deskundige om:

Mevr. Dhr… te onderzoeken.

Kennis te nemen van het dossier en de medische stukken hem door partijen te bezorgen of welke andere dossiers hijzelf nuttig zal achten om er ambtshalve kennis van te nemen.

Partijen per aangetekend schrijven en hun eventuele raadslieden per gewone post te verwittigen van de plaats, de dag en het uur van het TEGENSPREKELIJK deskundigenonderzoek;

Zo dit nuttig mocht blijken in de loop van het onderzoek, de gepaste specialisten te consulteren en hun advies en zijn oordeel desbetreffende bij het verslag te voegen.

De aard van de letsels en de eventuele ondergane behandeling te beschrijven en na te gaan of deze letsels in oorzakelijk verband staan met de feiten van deze zaak, nl.
Na te gaan welke de gevolgen zijn van deze feiten op zijn persoon.

Zijn oordeel te geven nopens de aard, de duur en de evolutie van het genezingsproces en, in voorkomend geval, de duur van de hospitalisatie alsmede de ernst van de geleden pijnen;

Zijn advies te geven over de duur en de graden van de tijdelijk en volledige en gedeeltelijke invaliditeit en/of arbeidsongeschiktheid en de graden van blijvende arbeidsongeschiktheid en de weerslag ervan op de beroepsactiviteit en/of op de andere levenssferen van het slachtoffer;

Te bepalen of hulp van derden in deze periode nodig was/is in de huishouding of daarbuiten, rekening houdend met de bestaande en beschikbare hulpmiddelen;;

Zijn advies te geven over het tijdstip waarop het slachtoffer redelijkerwijs, weze het gedeeltelijk, zijn professionele en andere activiteiten kon hernemen en aan te geven of deze herneming van de activiteiten al dan niet met het leven van meerinspanningen gepaard ging;

De datum van de consolidatie vast te stellen;

De graad van blijvende invaliditeit te bepalen, de gevolgen daarvan op de beroepsactiviteit en/of op de andere levenssferen van het slachtoffer, hierbij rekening houdend met zowel de eventuele vooraf bestaande toestand als met het beroep van het slachtoffer;

Te bepalen of hulp van derden nodig is in de huishouding en/of daarbuiten, rekening houdend met de bestaand en beschikbare hulpmiddelen;

Vast te stellen of de opgelopen letsels na de consolidatie nog medicatie en/of medische of paramedische behandelingen noodzaken of louter op comfort gericht zijn; desgevallend de aard en de termijn ervan te bepalen en de omvang van de eraan verbonden kosten te ramen;

Bij prothesen de noodzakelijke vernieuwingen te bepalen;

De gebeurlijke esthetische schade te beschrijven en zo mogelijk te bepalen volgens de gebruikelijke zevendelige schaal, bij voorkeur geïllustreerd door fotomateriaal;

De eventuele weerslag van de esthetische schade op de uitoefening van de beroepsactiviteit te beschrijven;

Advies te verstrekken of de eventuele blijvende littekens door middel van plastische chirurgie voor verbetering vatbaar zijn en welke de kostprijs, de pijn en risico’s van een dergelijke operatie zijn, alsook de duur van de invaliditeit die uit deze ingreep zou voortvloeien;

Te antwoorden op alle nuttige en ter zake dienden vragen die hem door de betrokken partijen worden gesteld;

Bij de uitvoering van de expertise dient een door het slachtoffer niet gewilde confrontatie te worden vermeden met de veroorzaker.

Zegt de de deskundige de bij wet vereiste eed zal afleggen, hetzij mondeling, hetzij door aanbrenging van het formulier op zijn verslag, hetzij bij een gedagtekend en ondertekend geschrift.

Te zeggen voor recht dat:

* een installatievergadering in raadkamer niet nodig is;
* de deskundige bij de aanvang van zijn opdracht een raming zal geven van de algemene kostprijs van zijn opdracht aan de partijen en aan de rechtbank of minstens van de manier waarop zijn kosten en erelonen en de bijstand van technische raadslieden zullen worden berekend;
* de meest gerede partij gehouden is tot het consigneren van voorschotten, in casu… en dit binnen de dertig dagen vanaf de uitspraak op rekening van de griffie van de rechtbank onder vermelding van het Rol- of Notitie- nummer en de namen van de partijen;
* dat het voorschot integraal kan worden vrijgegeven aan de deskundige;
* dat de griffier overeenkomstig artikel 972 en 973 gerechtelijk wetboek kennis zal geven van de beslissing aan de partijen, hun raadslieden en de deskundige;

De deskundige uit te nodigen om, indien hij de opdracht dient te weigeren, dit te doen overeenkomstig artikel 972 gerechtelijk wetboek binnen de acht dagen na de kennisgeving door de griffier met behoorlijk omklede redenen conform de wet aan de partijen, de rechtbank en de raadslieden.

De deskundige te vragen zijn opdracht uit te voeren binnen een termijn van 3 maanden en neer te leggen overeenkomst artikel 962 gerechtelijk wetboek en volgende.”

De nieuwe handelshuurovereenkomst van korte duur. Vlaams Decreet.

De rechtsgevolgen van het Vlaamse Pop-up huurdecreet (17 juni 2016)

1. de vereiste van een geschrift waarin de duurtijd van hoogstens een jaar uitdrukkelijk wordt bepaald;

2. behoudens afwijkende overeenkomst zijn de belastingen op het onroerend goed ten laste van de eigenaar-verhuurder;

3. 
verbouwingswerken door de huurder mogen de kosten van een jaar huur niet te boven gaan en kunnen nadien niet verhaald worden op de verhuurder;

4. 
overdracht van huur en onderhuur zijn verboden;
 in geval van vervreemding van het goed moet de derde-verkrijger het huurcontract verder naleven.

Blijvende invaliditeit en blijvende arbeidsongeschiktheid

Blijvende invaliditeit en blijvende arbeidsongeschiktheid

Er zijn vier soorten blijvende invaliditeit:

Cat 1  : Blijvende invaliditeit met reëel inkomstenverlies;

Tot de eerste categorie behoren de slachtoffers met een zwaar restletsel die ten gevolge van deze
handicap ook een werkelijke arbeidsonbekwaamheid ondergaan met een inkomstenverlies tot
gevolg.
Cat 2  : Blijvende invaliditeit zonder direct inkomstenverlies maar met een aantasting van de concurrentiepositie op de arbeidsmarkt;

De tweede categorie omvat de slachtoffers die niet onmiddellijk met inkomstenverlies
geconfronteerd worden, maar van wie het concurrentievermogen binnen de beroepen die voor hen
open liggen aangetast wordt ten opzichte van hun collega’s zonder handicap. Er is dus een
concurrentiële waardevermindering. Deze vermindering van concurrentievermogen zal meestal
evenredig zijn met de belangrijkheid van het restletsel.

Cat 3  : Blijvende invaliditeit zonder economische waardevermindering, maar die het slachtoffer wel noopt tot bijkomende inspanningen;

In de derde categorie vergt de handicap van het slachtoffer enkel een meerinspanning.
Veelal zal het lagere percentages blijvend letsel betreffen onder de 15%

Cat 4  : Blijvende invaliditeit zonder economische waardevermindering en zonder noodzaak tot bijkomende inspanningen.

Tot de vierde categorie behoren de slachtoffers met letsels van seksuele en/of reproductieve aard, met verlies van tanden, reuk of smaakzin. Dergelijke invaliditeit zal normaliter geen weerslag hebben op de arbeidsgeschiktheid en evenmin tot een grotere inspanning nopen. Deze schade is dus louter moreel.

Het behoren tot één van deze categorieën is er ongetwijfeld sprake van materiële schade. 

Inderdaad heeft in de eerste twee gevallen de invaliditeit ook een reële arbeidsongeschiktheid tot gevolg, zodat het restletsel ook een economische weerslag heeft op het inkomen van het slachtoffer, terwijl in het derde geval bij gebrek aan arbeidsongeschiktheid geen economische repercussie op het inkomen van het slachtoffer rust, doch deze laatste een grotere inspanning moet leveren om zich op de arbeidsmarkt te handhaven. In de vierde categorie is er feitelijk geen materiële schade wegens afwezigheid van aantasting van het economische vermogen en het feit dat geen bijkomende inspanning tijdens het werk vereis is.

Voor de drie andere categorieën zal de materiële schade via drie methoden kunnen berekend worden: de kapitalisatie, de forfaitaire berekeningsmethode en de renteberekening.

De forfaitaire berekeningsmethode is aangewezen voor de derde categorie en de lichtere gevallen van de tweede categorie.

Internet. Territoriale bevoegdheid van de rechter in Cyberspace.

Is een nationale rechter bevoegd voor een vennootschap die haar zetel in het buitenland heeft?
Het antwoord is lokaal ‘JA’. Het probleem situeert zich internationaal waar men mogelijks ‘Neen’ antwoordt.

Er komt verandering. Wanneer?….

Interessant artikel van Catherine Van de Heyning:

https://www.linkedin.com/pulse/hoe-ver-reikt-de-rechter-op-het-internet-jurisdiction-van-de-heyning

Checken van identificatie.

Handelaars kunnen identificatie vragen en vervolgens checken.
https://www.checkdoc.be/CheckDoc/checkBasicSetup.sdo

Clausule:

Voor autenthicatiedoeleinden kunnen wij de persoonsgegevens zoals de naam van de klant verwerken op basis van de identiteitskaart van de klant of een ander authenticatiedocument. Deze persoonsgegevens zullen echter strikt intern worden gebruikt. In geen geval zal de de foto, het identiteitskaartnummer, het rijksregisternummer of de geboorteplaats van de klant worden verwerkt of bewaard. 

Nieuw stuk of feit na pleidooi, voor het vonnis. Art 772 Ger.Wb.

Wat indien na het pleidooi een nieuw stuk opduikt?

Geen paniek. Er is een weg…

Gerechtelijk Wetboek

Art. 772. Indien een verschijnende partij gedurende het beraad een nieuw stuk of feit van overwegend belang ontdekt, kan zij, zolang het vonnis niet uitgesproken is, de heropening van de debatten vragen.Commentaar: Een heropening is slechts mogelijk indien het ingeroepen stuk of feit “nieuw” is, d.w.z. op het ogenblik van de in beraadname aan huidig verzoekster “niet bekend was of kon zijn” (zie in Artikelsgewijze Commentaar Gerechtelijk Recht, Uitgeverij Kluwer rechtswetenschappen, commentaar 6 bij art. 772 Gerechtelijk Wetboek).

Argumenten of stukken waarvan men tijdens de hoorzitting kon kennis hebben, doch die niet werden meegedeeld kunnen derhalve nooit het voorwerp van een heropening der debatten uitmaken.

Art. 773. De aanvraag wordt in handen van de rechter gedaan door middel van een verzoekschrift, waarin het nieuwe stuk of feit nauwkeurig wordt aangegeven zonder nadere toelichting; zij wordt ondertekend door de advocaat van de partij of, bij zijn ontstentenis, door deze laatste, ter griffie neergelegd en overgelegd overeenkomstig de regels van de artikelen 742 tot 744. Zij wordt door de griffier bij gerechtsbrief ter kennis gebracht van de andere partijen die verschenen zijn.

Deze kunnen binnen acht dagen na de aanzegging op dezelfde wijze hun opmerkingen aan de rechter doen toekomen.

De rechter doet uitspraak op stukken.

Art. 774. De rechter kan de heropening van de debatten ambtshalve bevelen.

Hij moet dit bevelen, alvorens de vordering geheel of gedeeltelijk af te wijzen, op grond van een exceptie die de partijen voor hem niet hadden ingeroepen.

Procedure, invordering niet-betwiste schulden Art1394GW

Integrale wettekst

Art. 1394/21 TOEKOMSTIG RECHT.
[1 Vooraleer tot invordering over te gaan betekent de gerechtsdeurwaarder aan de schuldenaar een aanmaning tot betalen.
De aanmaning bevat, op straffe van nietigheid, benevens de vermeldingen bedoeld bij artikel 43:
1° een duidelijke beschrijving van de verbintenis waaruit de schuld is ontstaan;
2° een duidelijke beschrijving en verantwoording van al de bedragen die van de schuldenaar geëist worden, met inbegrip van de kosten van de aanmaning en, in voorkomend geval, de wettelijke verhogingen, interesten en strafbedingen;
3° de aanmaning om te betalen binnen de maand en de wijze waarop de betaling kan worden verricht;
4° de mogelijkheden waarover de schuldenaar beschikt om op de aanmaning te reageren overeenkomstig artikel 1394/22;
5° de inschrijving van de schuldeiser en de schuldenaar in de Kruispuntbank van Ondernemingen.
Bij de akte van aanmaning worden gevoegd:
1° een afschrift van de bewijsstukken waarover de schuldeiser beschikt;
2° het in artikel 1394/22 bedoelde antwoordformulier.]1

Art. 1394/22 TOEKOMSTIG RECHT.
[1 De schuldenaar die de bedragen die worden ingevorderd niet betaalt, kan binnen de termijn bedoeld in artikel 1394/21, tweede lid, 3°, betalingsfaciliteiten vragen of de redenen te kennen geven waarom hij de schuldvordering betwist, bij middel van het antwoordformulier dat gehecht wordt aan de akte van aanmaning.
Het antwoordformulier wordt, tegen ontvangstbewijs, aan de instrumenterende gerechtsdeurwaarder gestuurd, hem overhandigd in zijn studie of hem overgezonden op een andere wijze bepaald door de Koning. De gerechtsdeurwaarder geeft daarvan onverwijld kennis aan de schuldeiser evenals, in voorkomend geval, van het betalen van de schuld]1

Art. 1394/23 TOEKOMSTIG RECHT.
[1 In het geval de schuldenaar de schuld betaalt of de redenen te kennen geeft waarom hij de schuld betwist, wordt de invordering beëindigd, onverminderd het recht van de schuldeiser om, in geval van betwisting van de schuld, zijn rechtsvordering in rechte uit te oefenen.
In het geval de schuldeiser en de schuldenaar betalingsfaciliteiten overeenkomen wordt de invordering opgeschort.]1

Art. 1394/24 TOEKOMSTIG RECHT.
[1 § 1. Ten vroegste acht dagen na het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 1394/21, tweede lid, 3°, stelt de instrumenterende gerechtsdeurwaarder, op verzoek van de schuldeiser, proces-verbaal van niet-betwisting op waarin wordt vastgesteld, naar gelang van het geval:
1° ofwel dat de schuldenaar de schuld niet of niet geheel heeft voldaan, noch betalingsfaciliteiten heeft gevraagd of gekregen, noch de redenen te kennen heeft gegeven waarom hij de schuld betwist;
2° ofwel dat de schuldeiser en de schuldenaar betalingsfaciliteiten zijn overeengekomen, die evenwel niet zijn nagekomen.
In het proces-verbaal worden tevens de vermeldingen van de akte van aanmaning en de geactualiseerde afrekening van de schuld in hoofdsom, schadebeding, intresten en kosten opgenomen.

§ 2. Het proces-verbaal wordt op verzoek van de gerechtsdeurwaarder uitvoerbaar verklaard door een magistraat van het Beheers- en toezichtscomité bij het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling
en protest bedoeld in artikel 1389bis/8.
Het wordt voorzien van het formulier van tenuitvoerlegging en maakt, in voorkomend geval pro rata van het saldo van de schuldvordering, een titel uit die overeenkomstig het vijfde deel van dit Wetboek ten uitvoer kan worden gelegd.
§ 3. Onverminderd de bevoegdheid van de beslagrechter in geval van zwarigheden bij de tenuitvoerlegging wordt de uitvoering van het proces-verbaal van niet-betwisting alleen geschorst door een vordering in rechte, die wordt ingesteld bij verzoekschrift op tegenspraak. Titel Vbis van boek II van het vierde deel, met uitzondering van artikel 1034quater, is van toepassing. Op straffe van nietigheid wordt bij elk exemplaar van het verzoekschrift een afschrift van het proces-verbaal van niet-betwisting gevoegd.
§ 4. Een volledig uitgevoerde invordering geldt als dading voor de gehele schuld, met inbegrip van alle eventuele wettelijke verhogingen, interesten en strafbedingen.]

Art. 1394/25 TOEKOMSTIG RECHT.
[1 De Koning bepaalt het model van het antwoordformulier bedoeld in artikel 1394/22, het model van het proces-verbaal van niet-betwisting, de wijze waarop dat proces-verbaal uitvoerbaar wordt verklaard en het formulier van tenuitvoerlegging

Art. 1394/26 TOEKOMSTIG RECHT.
[1 Artikel 38 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken is van overeenkomstige toepassing.]

Art. 1394/27 TOEKOMSTIG RECHT.
[1 § 1. Er wordt, bij de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders bedoeld in artikel 555, een “Centraal register voor de invordering van onbetwiste geldschulden” opgericht, hierna “Centraal register” genoemd. Het Centraal register is een geïnformatiseerde gegevensbank georganiseerd en beheerd door de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders waarin gegevens verzameld worden die nodig zijn om het juiste verloop van de procedures voor de invordering van onbetwiste geldschulden na te gaan en het proces-verbaal van niet-betwisting uitvoerbaar te verklaren.
Te dien einde, onverminderd andere mededelingen of kennisgevingen, stuurt de instrumenterende gerechtsdeurwaarder een afschrift van al de in dit hoofdstuk bedoelde exploten, betekeningen, kennisgevingen, mededelingen, betalingsfaciliteiten of processen-verbaal en, in voorkomend geval, van de bijlagen ervan binnen drie werkdagen aan het Centraal register.
§ 2. De Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders wordt met betrekking tot het Centraal register beschouwd als de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
De gegevens opgenomen in het Centraal register worden tien jaar bewaard.
§ 3. De gerechtsdeurwaarders kunnen de gegevens van het Centraal register rechtstreeks registreren en raadplegen per aangemaande partij of, in voorkomend geval, per schuldeiser. Deze gerechtsdeurwaarders worden bij naam aangewezen in een geïnformatiseerd register, dat door de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders voortdurend wordt bijgewerkt.
Van zodra een proces-verbaal van niet-betwisting overeenkomstig artikel 1394/24 uitvoerbaar werd verklaard, kunnen de in het Centraal register opgenomen gegevens die hierop betrekking hebben enkel nog geraadpleegd worden door de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders met het in paragraaf 6 bedoelde oogmerk.
§ 4. Hij die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling of de registratie van gegevens in het Centraal register, of aan de verwerking of de mededeling van de erin geregistreerde gegevens of kennis heeft van die gegevens, moet het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen. Artikel 458 van het Strafwetboek is van toepassing.
§ 5. Om de juistheid na te gaan van de gegevens die in het Centraal register worden ingevoerd en het Centraal register voortdurend te kunnen bijwerken, heeft de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders toegang tot de informatiegegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1°, 2°, 5° en 7°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en kan zij het identificatienummer van dat register gebruiken. Zij mag het nummer evenwel in geen enkele vorm aan derden mededelen.
De Koning stelt de wijze vast waarop de informatiegegevens van het Rijksregister aan de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders worden overgezonden. Hij kan eveneens nadere regels vaststellen betreffende het gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister door de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders.
§ 6. De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders staat in voor de controle op de werking en het gebruik van het Centraal register. In voorkomend geval is hoofdstuk VII van boek IV van deel II van dit Wetboek van toepassing.
§ 7. De Koning bepaalt de nadere regels voor de inrichting en werking van het Centraal register.]